Verslag regioavond 12 september.

Vanavond is onze gast Judith van Nimwegen. Vanaf 2006 werkt zij bij de GGZ; sinds 2013 is ze werkzaam als familievertrouwenspersoon bij de GGzE.

Ongeveer 3 jaar geleden is in Utrecht een landelijke stichting opgericht voor familievertrouwenspersonen met als doel de onafhankelijkheid te waarborgen. In heel Nederland zijn er een twintigtal vertrouwenspersonen. Met instellingen zijn overeenkomsten afgesloten om de naasten te ondersteunen en te vertegenwoordigen. Bij de vertrouwenspersoon kan ieder zijn eigen klacht en/of verhaal kwijt. Een verhaal/klacht is meestal meer dan een verhaal/klacht alleen. Hierachter zit vaak veel verdriet en narigheid verscholen. Een van Judith’s taken is het aanwezig zijn bij gesprekken met de instelling(en) en te bemiddelen bij de communicatie.  Ook kan zij naasten de weg wijzen binnen de organisatie van de GGzE. Judith is in dienst van de GGzE maar blijft wel onafhankelijk.
Haar jaarverslag gaat naar de Raad van Bestuur van de GGzE. Dit verslag is openbaar. Het landelijk jaarverslag van de stichting gaat naar GGZ’s en naar het ministerie. De aandacht ligt vooral op de structurele zaken en problemen.

Judith is vooral op individuele basis werkzaam. Haar werkplek is thuis. Via telefoon, sms en e-mail is ze bereikbaar. Er zijn nauwelijks wachttijden voor het aanvragen van haar hulp. Er is ook een landelijke hulplijn. Voor cliënten bestaat al langer een dergelijke mogelijkheid voor het vragen van hulp.

Voor de naasten zijn er geen kosten verbonden aan de werkzaamheden van de familievertrouwenspersoon. De vertrouwenspersonen vallen onder de Wet verplichte GGZ. Dat betekent dat alle instellingen verplicht zijn haar toe te laten in hun organisatie.
Een contact met de aanvrager voor hulp duurt meestal ongeveer 3 tot 4 uur. Vaak komt het voor dat de hulpaanvrager het moeilijk vindt om zich duidelijk te uiten omdat deze vreest de relatie met de instelling te verstoren.

Het hoofddoel van de vertrouwenspersoon is om een ontmoeting tussen hulpvrager en instelling te organiseren, te vergelijken met het werk van een mediator (bemiddelaar). Het verschil ligt in het feit dat de vertrouwenspersoon voor 100% ten dienste van de naasten staat.

Tijdens een of meer gesprekken komt uiteindelijk de kern van het probleem naar boven. Vaak is er bij een psychiatrische problematiek sprake van schaamte en schroom. Dit werkt vaak verlammend. De vertrouwenspersoon kan de hulpverlener verplichten om mee te werken. De naaste bepaalt dan daarna hoe hiermee verder te gaan. Elke zes weken is er een werkoverleg met de naaste. Het komt zelden voor dat een probleem niet opgelost wordt. Gaat het mis met de communicatie, dan kan het vaak tot ‘doormodderen’ leiden. Een officiële klacht kan ingediend worden als er iets ernstigs is gebeurd en men dat wil laten toetsen. Als de klacht gegrond verklaard wordt, buigt het management zich hierover. Vaak is een gesprek via de vertrouwenspersoon met de verantwoordelijke voldoende om de klacht op te lossen. De meeste klachten gaan over BOPZ-zaken (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). Als de klacht tot juridische stappen leidt, stopt het werk van de vertrouwenspersoon.

Door de veranderingen in de zorg, krijgen de naasten vaak met een veranderde organisatie te maken. De stichting houdt ook hier de vinger aan de pols. De stichting is op het ogenblik bezig haar werkzaamheden mede naar het sociale domein te verplaatsen. Bij woningbouw bijvoorbeeld heb je nog nauwelijks een stem als naaste. In een aantal districten zijn proefprojecten gestart. De proef duurt tot volgend jaar zomer. Judith bijvoorbeeld, begeleidt iemand bij een woningbedrijf.

Olga bedankt Judith en ons voor de aanwezigheid en bijdragen aan deze avond en sluit de vergadering.

Hans van den Hoek