Berichten

De buren: van weerstand naar openheid (ypsilon)

Buurman Willem O. woont vlak achter de straat en startte een handtekeningenactie.

‘Er lag ineens een folder in de bus’, vertelt hij. ‘Je weet niet wat je overkomt. Later is via een bijeenkomst in het buurthuis meer uitleg over de ziekte gegeven en om begrip gevraagd. Maar daar werd de bezorgdheid van de gezinnen alleen maar groter.’

O. bezocht soortgelijke projecten in Almere, Hilversum en Breda. Praatte met buren daar en hoorde dat het samenleven met mensen die aan schizofrenie lijden heel goed bevalt. Er waren vooral positieve geluiden.

Samen met wethouder, woningcorporatie en zorgverlener zitten een aantal buren in een klankbordgroep die drie keer per jaar samenkomt. De aanvankelijke weerstand is volledig weg. De buurt is blij met de bewoners van de Stavorenstraat. Maar de communicatie met de buurt over het project had veel beter gemoeten.

Ypsilon heeft veel kennis en ervaringsdeskundige familieleden in huis. Het zou goed zijn als toekomstige projecten Ypsilon eerder betrekken bij de plannen.

 

Mijn dochter was vreselijk depressief na een psychose.

Het was niet om aan te zien. ‘Slik je de stemmings-stabilisator wel?’ vroeg ik toen de depressie wel erg lang aanhield.

‘Nee, natuurlijk niet, daar wordt je kaal van.’

Ik weet niet wat ik zelf op dat moment liever had gehad, kaalheid of een depressie. Echt, van een afstand leek ze het heel zwaar te hebben, maar blijkbaar niet zwaar ge­noeg om er iets aan te doen en eventuele kaalheid te ris­keren.

Met haar praten over medicijnen is eigenlijk taboe, maar toen ik haar opzocht vroeg ik of ik de bijsluiter mocht le­zen. Bijsluiters geven een wirwar aan informatie. Van een medicijn kunnen je nieren het begeven of je wordt er mis­selijk van. Dat je er kaal van werd, dat had ik nog nooit gelezen.

‘Bemoei je er niet mee,’ zei ze. ‘Wat staat er precies?’ hield ik aan. ‘Dat je er kaal van wordt of dat je er haaruitval van kunt krijgen?’. ‘Wat maakt het uit?’. ‘Bij haaruitval groeit je haar weer aan.’ ‘Onzin.’‘Toen ik zwanger was van jou, zat er iedere ochtend een bos haar in mijn borstel.’‘Waarom probeer je het goed te praten, die kaalheid?’‘Ik probeer het niet goed te praten, ik probeer het recht te praten. Wat je ermee doet mag je zelf weten.’

Ze zei niets meer en na een kwartier ging ik maar. Ik geloof niet dat het geholpen heeft, dat gesprek.

Ze wil die medicijnen gewoon niet nemen en liever depri zijn. Misschien moet ik me daar dan minder van aantrek­ken, of is dat te kort door de bocht?

Anoniem: verwoord door Olga Maria Berger

 

Hoeveel kost een nieuwe vriendin

Frans heeft een vriendin. Het lijkt niet het grootste nieuws van de wereld, maar voor Frans is het alsof de wereld een paradijs is geworden. Al jaren wilde hij niets liever, hij droomde ervan, verlangde ernaar en zat intussen op zijn kamer en kwam nauwelijks de deur uit.

Frans lijdt aan schizofrenie. Hij is een goeierd. Het probleem is eerder dat hij over zich laat lopen, dan dat hij ooit in zijn hoofd zou halen iemand een duimbreed in de weg te leggen. Gelukkig is hij groot en breed en ziet eruit alsof hij drie bankstellen tegelijk op kan tillen en daar­door zal de gemiddelde overvaller hem wel met rust la­ten. Maar een vriendin, een meisje waar hij alles voor over heeft, is dat wel zo veilig? Hij heeft haar ontmoet op inter­net, tegenwoordig normaal, maar toch. Hij woont aan het eind van de straat en omdat we allebei een hond hebben, spreken we elkaar nogal eens.

Laatst sprak hij me aan. ‘Buurvrouw, kunt u internet-bankieren? Mijn vriendin wil komen, maar ze heeft niet genoeg geld voor de trein. Ik wil geld overmaken.’ Frans kan niet over zijn eigen geld beschikken, hij staat onder curatele. Dat heeft hij me wel eens verteld. Hij krijgt iedere week, of maand, dat weet ik niet, contant geld en daar moet hij boodschappen van doen. Moest ik dat systeem doorbreken en geld overmaken aan een meisje dat misschien helemaal niet op komt dagen? ‘Hoeveel?’ vroeg ik. ‘Tien euro,’ zei hij en haalde een briefje van tien uit zijn portemonnee.

Dat was nou niet een bedrag waardoor hij zwaar in de nesten kon komen. ‘Geen probleem,’ zei ik dus en maakte het geld over. En… ik zag een paar dagen later Frans bij de bushalte staan om een meisje op te halen. Ze was ge­komen! Nog geen tien minuten later stond hij op de stoep. Of ik nog eens tien euro over kon maken naar de rekening van het meisje. Voor de terugweg. Hij kon haar die tien euro toch gewoon geven? ‘Hoelang blijft ze?’

‘Vijf dagen,’ zei hij en straalde.

Ik besloot zijn plezier niet te vergallen en zoutte alle waar­schuwingen op. Het ging tenslotte om alles bij elkaar twintig euro. Hij gaf me tien euro en ik maakte geld over. Een week later was hij er weer. Het ging nu om twintig euro. ‘Is het niet leuk om een keer naar haar toe te gaan?’ vroeg ik. ‘Ze woont nog bij haar moeder, dat is niet gezel­lig.’ Nee, dat was het niet. ‘Frans, kun je het jezelf permit­teren om reisjes en boodschappen voor je vriendin te be­talen?’ Hij grijnsde. ‘Nee, maar dat kan me niet schelen. Ik zie wel hoe het loopt. Nu wil ik alleen gelukkig zijn.

Ik kon hem geen ongelijk geven. ‘Als ik nu tien euro over maak, dan kun je haar die andere tien geven als ze er is.’ ‘Dat wil ze niet. Ze wil het op haar bankrekening, anders kan ze geen treinkaartje kopen.’

Ik ga niet vaak met de trein en weet niet of het niet mogelijk is om met contant geld te betalen bij de NS. ‘Frans, het is uit om als man voor alle kosten op te draaien. In mijn tijd betaalden we al samen als we uit eten gingen. Zal ik nu tien euro overmaken, dan zien we wel verder als ze er is.

Dan komt ze niet, dat heeft ze gezegd. Ze wil de zekerheid dat ze terug kan. Als jij niet thuis bent, gaat het mis.’ Ik voelde me schuldig terwijl ik het geld overmaakte. Veertig euro lijkt niet veel, maar toch … ‘Frans, ik voel me er niet goed bij,’ zei ik. ‘Bespreek het alsjeblieft met je financiële begeleider.’

‘Ik heb er toch recht op om gelukkig te zijn, ook al is het misschien voor een paar weken?’

‘Natuurlijk, maar dit geluk kan je ook weer in de ellende storten.’

‘Dan zie ik wel weer. Ik wil niet alleen blijven. Dan hoef ik niet meer te leven.’

‘Nu voel ik me onder druk gezet,’ zei ik. ‘Daar houd ik niet van.’

Hij trok wit weg, want het laatste wat Frans wil is iemand kwaad doen.

‘Ik wil je met plezier helpen,’ zei ik. ‘Maar een meisje dat bij haar moeder woont, kan zelf ook een oplossing zoeken als ze geen geld heeft. Meisjes kunnen tegenwoordig uit­stekend hun eigen problemen oplossen.

‘Ik zal haar vragen of ze de helft van de boodschappen wil betalen,’ zei hij.

Of het daardoor kwam of door iets anders? Deze keer kwam er geen meisje uit de bus en nu voel ik me een bemoeizieke oude taart.

Anoniem: verwoord door Olga Maria Berger

 

Een worstenbroodje

De grauwe dagen van de laatste maanden zijn niet in mijn koude kleren gaan zitten. Ik ben niet op mijn best en mijn humeur heeft net zo hard een zonnetje nodig als de mensen die ik tegen kom op straat. De postbode, die anders nog wel iets vrolijks te zeggen heeft, klaagt over kloven in zijn vingers. Ik krijg ijskoude tenen, maar houd vol tot het hele verhaal eruit is. Mijn buurvrouw loopt moeilijker dan anders en vertelt dat ze binnenkort een nieuwe knie krijgt en daar vreselijk tegenop ziet. De bakker stopt me mijn brood in handen, neemt mijn geld aan en richt zich op de volgende klant.

Als ik thuiskom heb ik het ijskoud.

‘Heb je worstenbroodjes meegebracht?’ vraagt mijn dochter. Ze is binnengekomen terwijl ik weg was. Ze woont sinds kort op kamers en ik hoop dat ze dat vol­houdt. Het blijft afwachten of ze er geen psychose van krijgt en als dat zo is, zal ik me schuldig voelen. ‘Onzin’, maar dat zegt mijn verstand, mijn moedergevoel zegt ‘schuld!’

‘Ik heb geen worstenbrood gekocht,’ zeg ik. ‘Dat eet ik zelf niet.’‘Je weet toch dat ik wel een keer langskom. Ik vind dat je dat altijd in huis moet hebben voor als ik kom.’ ‘Ga zelf maar even halen.’

‘Geef maar geld.’

Ze houdt haar hand op en heeft een blik in haar ogen die ik niet helemaal vertrouw. ‘Schiet maar even voor,’ zeg ik. ‘Dan moet ik helemaal pinnen.’ ‘Dat is toch niet erg?’ ‘Mam! Doe niet zo stom. Geef nou geld.’

Geld geef ik haar niet graag, ze koopt er hasj van en dat stimuleert die psychoses. ‘Mam!’

Er knapt iets in me. Het rotweer, de mensen op straat, gewoon het gedoe. ‘Zeur niet zo!’ Het klinkt veel te hard, maar ik kan niet ophouden. ‘Doe volwassen. Schiet het geld voor of betaal je eigen worstenbroodje!’. Haar mond valt open. Ze is gewend dat ik op eieren loop als zij in de buurt is, want ze kan niet tegen herrie en stress.

Ze rent de kamer uit. De voordeur valt met een klap dicht. Wat heb ik gedaan! Mijn benen rennen al om haar ach­terna te gaan en haar geld voor een worstenbroodje te geven, maar bij de voordeur stop ik. Ik wil haar dat geld niet geven, ik wil het gewoon niet. Waarom doet ze er zo moeilijk over?

Ik loop terug, zet koffie voor mezelf en huil een potje om­dat ik niet weet wat ik moet doen. Heb ik haar in de steek gelaten? Een uur later gaat de bel. Mijn dochter staat voor de deur. ‘Mag ik nog binnen?’ vraagt ze.

‘Natuurlijk,’ zeg ik.‘Ik heb geen geld,’ zegt ze als ze in de gang staat. ‘Alles is op. Ik weet ook niet hoe het komt, het is op en ik kan vanavond geen eten kopen, de hele week niet.’ ‘Zeg dat dan,’ mopper ik. ‘Volgende maand beter opletten.’

En toch vertrouw ik het niet. Het geld zal wel op zijn, maar heeft ze het echt allemaal aan nuttige dingen uitgegeven of toch aan hasj?

Ik trek mijn jas aan. ‘We gaan voor een week boodschappen doen. Ik betaal.’ ‘Kun je me niet gewoon vijftig euro voorschieten?’ ‘Nee,’ zeg ik en doe de voordeur open. Ze komt achter me aan en stapt in de auto. In de supermarkt is het best gezellig en als we buiten komen breekt er een zonnetje door. Eigenlijk precies op tijd. Als het eerder was gekomen, was ik niet uit mijn slof gescho­ten en mijn uitval heeft toch een paar dingen opgehel­derd.

Anoniem: verwoord door Olga Maria Berger

 

Een vervormde gedachte

Oké, ik ben een schizofreen en wordt gestigmatiseerd. Erg genoeg, zeker als ik best in orde ben. De moord op Els Borst heeft het er niet beter op gemaakt, behalve schizo­freen ben ik tegenwoordig ook een potentiële moorde­naar.

Als ik kennis maak met iemand, zeg ik het niet meer, dat ik ziek ben, behalve Lees meer

Alleen op bezoek

Als ouder van een psychotische zoon maakte ik kennis met psychiatrische instellingen. Een wereld die tot mijn zoon er werd opgenomen vreemd voor me was en waar ik me eerlijk gezegd verre van hield.

Toen ik de eerste keer bij mijn zoon op bezoek ging op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis, wist ik hele¬maal niet wat me te wachten stond en ik was bang! Lees meer

Crisis

Mijn zoon was al een paar maanden psychotisch. Regelmatig seinde ik de hulpverlening in. Die ging kijken, maar zag geen aanleiding om in te grijpen. Op een avond maak ik om een uur of 11 mijn mail open. Mailtje van mijn zoon. Hij heeft de bijsluiter van de medicijnen gelezen, hij neemt ze niet meer. Dat doet hij trouwens al een paar weken niet meer. Zijn vader heeft hem misschien wel verwekt in een dronken bui en ik heb hem dan wel opgevoed, maar daar hebben we zelf voor gekozen. Hij kapt ermee, met alles, met het leven. Lees meer