Verslag regioavond 13 februari 2018: Peer-supported Open Dialogue (P.O.D.)

De bijeenkomst vond plaats in het Inspiratiecentrum, Grote Beekstraat 8. Olga heet onze bezoekers en gasten van harte welkom.
Op dinsdag 13 februari waren  onze gasten:
Cynthia Blaauw, manager FACT en projectleider POD-team en Nadia van Ham, gezondheidspsycholoog bij het POD-team.
Het onderwerp van deze avond is POD ( Peer-supported Open Dialogue). Met behulp van een PowerPoint presentatie leiden Cynthia en Nadia ons door hun voordracht.
De GGzE is aangesloten bij de Werkplaats Herstelondersteuning. POD past bij de visie van de GGzE. In een pilot van 2 jaar worden 7 ervaringsdeskundigen in Engeland opgeleid. Vanaf 2019 kan de opleiding ook in Nederland gevolgd worden. Het streven is om dan nog 30 mensen te trainen.
Peer-supported Open Dialogue is een vorm van hulpverlening waarbij in zogenaamde netwerk-behandelontmoetingen de betrokken persoon, zijn of haar naaste omgeving, vrienden, hulpverleners en ervaringswerkers (peer workers) samen de mogelijke opties voor behandeling bespreken. Het netwerk komt vooral tot stand door de cliënt zelf. POD biedt een
scala aan gesprek- en mindfulness-technieken voor het bevorderen van de dialoog. Dit Dialogisme voorkomt het zoeken naar al te voorbarige diagnoses en plannen die herstel kunnen belemmeren. Bijvoorbeeld: de beslissing over wel of niet opnemen wordt
gezamenlijk besproken. Er is voortdurend overleg in het netwerk (reflecting team).
Mindfulness is al tijdens een eerdere regioavond uitvoerig behandeld.
POD is een doorontwikkeling van Open Dialogue. Open Dialogue werd in de jaren ‘80 ontwikkeld door Jaakko Seikkula in Finland en is daar een van de meest onderzochte methoden voor het omgaan met ernstige psychische crises. Op YouTube is een film beschikbaar. Technieken uit Scandinavië werken heel vaak goed in landen als Engeland en Nederland. Mensen met een acute psychose zijn dankzij Open Dialogue eerder symptoomvrij. Bovendien worden de resultaten bereikt met minder opnames en minder hoge doseringen medicijnen.
POD is gebaseerd op een zevental principes.

  1. Binnen 24 uur onmiddellijke hulp bij een crisis.
  2. Zorg voor een sociaal netwerk.
  3. Flexibiliteit en mobiliteit (tijd, plaats, inhoud)
  4. Verantwoordelijkheid (vanaf eerste contact)
  5. Psychologische continuïteit (zelfde team, nu en bij terugval)
  6. Tolerantie voor onzekerheid/niet-weten
  7. Dialogisme ( zie hierboven).

POD heeft handen en voeten gegeven aan het triade model. In de toekomst is het zeer zeker ziektekostenverlagend. Doorzettingsvermogen en een lange adem zijn nodig om POD succesvol te laten zijn. De zorgverzekeraar CZ en WijEindhoven zijn belangstellend. Als POD slaagt, zal er over een aantal jaar een andere GGZ zijn.
Een uitgebreid verslag inclusief de PowerPoint presentatie komt op onze website te staan.
Olga bedankt Cynthia en Nadia en ons allen voor de aanwezigheid en bijdragen aan deze avond en sluit de vergadering. Zij nodigt ons allen uit voor de volgende regioavond in het Inspiratiecentrum, Grote Beekstraat 8.

Hans van den Hoek

Verslag regioavond 12 september.

Vanavond is onze gast Judith van Nimwegen. Vanaf 2006 werkt zij bij de GGZ; sinds 2013 is ze werkzaam als familievertrouwenspersoon bij de GGzE.

Ongeveer 3 jaar geleden is in Utrecht een landelijke stichting opgericht voor familievertrouwenspersonen met als doel de onafhankelijkheid te waarborgen. In heel Nederland zijn er een twintigtal vertrouwenspersonen. Met instellingen zijn overeenkomsten afgesloten om de naasten te ondersteunen en te vertegenwoordigen. Bij de vertrouwenspersoon kan ieder zijn eigen klacht en/of verhaal kwijt. Een verhaal/klacht is meestal meer dan een verhaal/klacht alleen. Hierachter zit vaak veel verdriet en narigheid verscholen. Een van Judith’s taken is het aanwezig zijn bij gesprekken met de instelling(en) en te bemiddelen bij de communicatie.  Ook kan zij naasten de weg wijzen binnen de organisatie van de GGzE. Judith is in dienst van de GGzE maar blijft wel onafhankelijk.
Haar jaarverslag gaat naar de Raad van Bestuur van de GGzE. Dit verslag is openbaar. Het landelijk jaarverslag van de stichting gaat naar GGZ’s en naar het ministerie. De aandacht ligt vooral op de structurele zaken en problemen.

Judith is vooral op individuele basis werkzaam. Haar werkplek is thuis. Via telefoon, sms en e-mail is ze bereikbaar. Er zijn nauwelijks wachttijden voor het aanvragen van haar hulp. Er is ook een landelijke hulplijn. Voor cliënten bestaat al langer een dergelijke mogelijkheid voor het vragen van hulp.

Voor de naasten zijn er geen kosten verbonden aan de werkzaamheden van de familievertrouwenspersoon. De vertrouwenspersonen vallen onder de Wet verplichte GGZ. Dat betekent dat alle instellingen verplicht zijn haar toe te laten in hun organisatie.
Een contact met de aanvrager voor hulp duurt meestal ongeveer 3 tot 4 uur. Vaak komt het voor dat de hulpaanvrager het moeilijk vindt om zich duidelijk te uiten omdat deze vreest de relatie met de instelling te verstoren.

Het hoofddoel van de vertrouwenspersoon is om een ontmoeting tussen hulpvrager en instelling te organiseren, te vergelijken met het werk van een mediator (bemiddelaar). Het verschil ligt in het feit dat de vertrouwenspersoon voor 100% ten dienste van de naasten staat.

Tijdens een of meer gesprekken komt uiteindelijk de kern van het probleem naar boven. Vaak is er bij een psychiatrische problematiek sprake van schaamte en schroom. Dit werkt vaak verlammend. De vertrouwenspersoon kan de hulpverlener verplichten om mee te werken. De naaste bepaalt dan daarna hoe hiermee verder te gaan. Elke zes weken is er een werkoverleg met de naaste. Het komt zelden voor dat een probleem niet opgelost wordt. Gaat het mis met de communicatie, dan kan het vaak tot ‘doormodderen’ leiden. Een officiële klacht kan ingediend worden als er iets ernstigs is gebeurd en men dat wil laten toetsen. Als de klacht gegrond verklaard wordt, buigt het management zich hierover. Vaak is een gesprek via de vertrouwenspersoon met de verantwoordelijke voldoende om de klacht op te lossen. De meeste klachten gaan over BOPZ-zaken (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). Als de klacht tot juridische stappen leidt, stopt het werk van de vertrouwenspersoon.

Door de veranderingen in de zorg, krijgen de naasten vaak met een veranderde organisatie te maken. De stichting houdt ook hier de vinger aan de pols. De stichting is op het ogenblik bezig haar werkzaamheden mede naar het sociale domein te verplaatsen. Bij woningbouw bijvoorbeeld heb je nog nauwelijks een stem als naaste. In een aantal districten zijn proefprojecten gestart. De proef duurt tot volgend jaar zomer. Judith bijvoorbeeld, begeleidt iemand bij een woningbedrijf.

Olga bedankt Judith en ons voor de aanwezigheid en bijdragen aan deze avond en sluit de vergadering.

Hans van den Hoek

Cornelis van Houwelingen, psychiater GGzE

Regioavond februari 2017

Deze avond komt Cornelis van Houwelingen, psychiater bij de GGzE, praten over suïcide, suïcide gevaar en suïcide preventie. Hij zal daarbij linken maken met psychoses en welke voortekenen je kunt zien.

Cornelis heeft veel onderzoek gedaan naar suïcide.

Het onderwerp is: “Hoe om te gaan met een doodswens”.

Wij allen willen zo lang en goed mogelijk leven, ondanks alle grenzen die we tegenkomen. Suïcide is een finale oplossing voor een tijdelijk probleem, zelden vanwege de wens om te sterven, maar vanwege het onvermogen (op die manier) te leven.

Langdurige stress kan een gevoel van hulpeloosheid of uitzichtloosheid geven wat tot gevolg kan hebben dat iemand aan zelfdoding gaat denken. Factoren die de hoeveelheid stress bepalen zijn onder andere psychiatrische ziektes, drugs, alcohol, psychologische factoren en ingrijpende levensgebeurtenissen zoals verlieservaringen. Wanneer gedachten aan zelfdoding opkomen, is voor iedereen verschillend. Onze erfelijke factoren, persoonlijkheid, levensbeschouwing en mensen, die ons steun geven uit onze directe omgeving, bepalen onze kwetsbaarheid.

Als je naaste begint te praten over suïcide, ga je luisteren en doorvragen. Kom niet met oplossingen komen en mobiliseer professionele hulp (bijv. www.113online.nl). Heb je een vermoeden dat je naaste denkt aan suïcide, begin er dan niet zelf over.

De afgelopen jaren is er veel veranderd in de houding tegenover suïcide. Door de CASE benadering (Chronological Assement of Suicidal Episodes) heeft men meer grip gekregen op dit onderwerp.

De rol van de naasten is heel belangrijk.

Familie en vrienden zijn beschermende factoren. Zij weten vaak meer en zien ontwikkelingen eerder. En zij kunnen bondgenoten zijn bij opvang en behandeling. Zij kunnen hulpverlening inschakelen.

Vervolgens werd euthanasie besproken.

Euthanasie wordt toegepast als er geen alternatieven meer zijn om het leed te minderen. Om hiervoor in aanmerking te komen stelt de wet hele strenge eisen.

 

Hans van den Hoek

Jenneke van der Plas, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij de GGzE

Regioavond mei 2017

Spreker: Jenneke van der Plas, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij de GGzE.

Het onderwerp: Hoe praat je met een naaste die verward is.

Jenneke probeerde in de loop van de avond antwoord te geven op de volgende vragen:
Hoe praat je met je naaste die waanideeën heeft, achterdochtig is of stemmen hoort. En wat zeg je bij verdriet en rouw over de ontstane beperkingen en verlieservaringen? En wat toon je van je eigen gevoelens?

Recepten hiervoor zijn er niet, maar er zijn wel enige nuttige adviezen die je kunt gebruiken in het contact met een verwarde naaste.

– Vaak ziet onze naaste de psychose niet als een ziekte maar als een verschijnsel. Toon belangstelling. Probeer zoveel mogelijk zijn gedachtegang te volgen.
– Wees eerlijk en transparant. Geef aan als iets je niet duidelijk is. Neem angsten zoveel mogelijk weg, zorg voor een ontspannen sfeer en/of zoek afleiding.
– Probeer allebei te voorkomen dat je je maatschappelijke contacten kwijtraakt.
– Ga omzichtig om met het gesprek over medicatie. Praat over zijn of haar leefstijl als het nodig is. Dring niet teveel aan op een cursus Psyche-educatie voor, die werkt nog niet, maar is wel goed voor de naasten.
– Laat ook zien dat jij verdrietig bent over de situatie. Toon ook jouw gevoelens. Blijf positief, bemoedig en motiveer. Echter stel wel duidelijk jouw grenzen. Zoek een gulden middenweg waarin iedereen zich kan vinden. Jouw kind, broer of zus mag zeggen wat hij of zij wil, dit recht hebben wij naasten óók.
Een mooi onderwerp om nog eens nader op in te gaan.

Hans van den Hoek